Waarom digitale verandering op scholen blijft versnipperen
In de anderhalve maand voor de zomervakantie bezocht ik verschillende scholen en sprak ik met schoolleiders, leraren en bestuurders. Ik zag twee enthousiaste leraren experimenteren met AI. Een werkgroep digitale geletterdheid presenteerde trots een nieuw stappenplan. Een administratief medewerker stelde in Word de maandelijkse nieuwsbrief voor ouders samen. Ondertussen werkte men op bestuursniveau aan richtlijnen voor het gebruik van AI.
Er gebeurde dus genoeg. Aan energie, ideeën en goede bedoelingen geen gebrek.
Toch bleef bij mij steeds dezelfde vraag hangen: waar leidt dit alles eigenlijk toe? Wat hebben deze initiatieven met elkaar te maken? En wie zorgt ervoor dat ze samen bijdragen aan beter onderwijs en een organisatie die slimmer werkt?
Toen ik die vraag aan een schoolleider stelde, zei de directeur: “Ik hoop dat het nu wat meer handen en voeten krijgt.”
Juist in die opmerking zit voor mij de kern. Er is hoop dat alle losse activiteiten uiteindelijk iets opleveren. Maar hoop is nog geen regie. Als vooraf niet duidelijk is wat je wilt bereiken, wie de koers bewaakt en hoe de verschillende initiatieven elkaar versterken, blijft succes vooral een kwestie van geluk.
Het ontbreekt aan een gedeelde richting en samenhang. Aan leiderschap dat durft te zeggen: dit is waar we met ons onderwijs en onze organisatie naartoe willen. Deze technologie helpt ons daarbij, en deze dus niet. Het resultaat is een school vol losse eilandjes, allemaal met de beste bedoelingen, maar niemand die de verbinding legt.
Dat beeld kom ik op scholen vaker tegen dan me lief is.
Het gaat zelden om dat er te weinig gebeurt. Eerder inmiddels het tegenovergestelde. Er loopt een pilot, er is een werkgroep, er is vorig jaar een studiedag geweest en er ligt een vraag van het bestuur. Stuk voor stuk zaken waar een school zich niet voor hoeft te schamen. Toch hoor ik directeuren daarna zelden zeggen dat ze grip hebben. Vaker het omgekeerde: het gevoel dat er van alles gebeurt, zonder dat iemand precies kan uitleggen waar het naartoe gaat.
Digitale versnippering
Voor dat verschijnsel gebruik ik inmiddels een vaste term: digitale versnippering.
Losse initiatieven, losse experts, losse tools en losse momenten, die stuk voor stuk waardevol kunnen zijn, maar onvoldoende onderdeel zijn van één gezamenlijke richting.
Ik wil daar meteen iets bij zeggen, want het is een makkelijk misverstand. Dit is geen pleidooi tegen de AI-training, de pilot of de studiedag. Die initiatieven zijn vaak goed. Het probleem zit niet in de losse onderdelen. Het zit in wat er ontbreekt aan samenhang.
Zo ziet versnippering eruit
In de praktijk herken je het aan een paar terugkerende patronen.
Kennis blijft hangen bij een paar enthousiaste collega’s. Werkgroepen of secties werken naast elkaar in plaats van met elkaar. Een pilot loopt door zonder dat iemand ooit besluit hem op te schalen of juist te stoppen. En bij de volgende ontwikkeling begint een deel van de school gewoon opnieuw, alsof de vorige ronde nooit heeft plaatsgevonden. Informatie wordt gegeneerd (brieven, lesmateriaal, handleidingen, etc.), maar een kamer of verdieping verderop weet niemand wat er gemaakt is.
Het venijnige is dat dit van een afstand op vooruitgang lijkt. De agenda’s zitten vol. Er is beleid. Er is een pilot. Alleen bijna niets van dat alles bouwt voort op wat er het jaar daarvoor al is opgehaald.
Er is geen boosdoener
Ik wil hier geen schuldvraag van maken, want die hoort er niet bij.
Een school moet iedere dag gewoon doorgaan. Er zijn lessen, roosters, een lerarentekort, ouders die bellen, resultaten die moeten kloppen, nieuwe doelen ‘Basisvaardigheden’ en een inspectiekader waar je aan moet voldoen. Innovatie is belangrijk, maar bijna nooit het meest urgente van de dag van vandaag.
Dat is precies waarom losse interventies zo aantrekkelijk zijn. Een studiedag past in een dagdeel. Een pilot past bij een paar gemotiveerde collega’s. Allebei voelen ze als vooruitgang, en dat zijn ze vaak ook in beperkte mate. Alleen lossen ze het onderliggende probleem niet op.
De denkfout onder versnippering
Onder versnippering zit volgens mij een denkfout die dieper gaat dan tijdgebrek.
We behandelen digitale verandering nog te vaak als een project. Start, interventie, implementatie, klaar. Volgend onderwerp. Maar technologie houdt niet op met veranderen zodra het project is afgerond. En dus ook de vraag niet die daarbij hoort: wat betekent dit voor onze school?
Een continu veranderproces kun je niet organiseren als een opeenvolging van losse projecten.
Als je dat wel probeert, krijg je precies wat ik hierboven beschreef. Dat is dus niet omdat er slecht werk wordt geleverd, maar omdat de vorm het proces niet aankan.
Dit is geen theoretisch probleem
Dat dit geen theoretisch punt is, blijkt uit iets waar we al langer mee worstelen: burgerschapsonderwijs.
Sinds 2021 hebben scholen een wettelijke burgerschapsopdracht. Toch concludeerde de Onderwijsinspectie in de Staat van het Onderwijs 2025 dat meer dan de helft van de onderzochte scholen die opdracht niet op orde had. Niet omdat scholen er niets mee doen. Vaak organiseren ze wel degelijk projectweken en activiteiten, maar zonder dat duidelijk is hoe die zich tot elkaar verhouden of wat ze gezamenlijk opleveren. Precies het patroon van versnippering, alleen dan bij een ander onderwerp.
Digitale geletterdheid staat om vergelijkbare redenen op de agenda te komen. De nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid worden per 1 augustus 2027 wettelijk van kracht, met volledig inspectietoezicht vanaf 2031. Daarnaast is onderwijs in de Europese AI Act aangemerkt als een sector met verhoogd risico, onder meer bij toelating, beoordeling en niveaubepaling van leerlingen. De verplichting om als organisatie aantoonbaar aan AI-geletterdheid te werken loopt al sinds februari 2025.
Met andere woorden: dit is geen ontwikkeling die je nog rustig kunt laten voorbijkomen. De vraag is niet óf digitale geletterdheid en een doordacht AI-beleid verplicht worden, maar of jouw school er dan al klaar voor is, of helemaal van voor af aan begint.
De onzichtbare rekening
Versnippering kost iets, ook als er geen tastbare rekening of boete op de mat valt.
Elke keer dat een school bij een nieuwe ontwikkeling opnieuw begint, kost dat organisatorische energie die niet wordt teruggewonnen. Kennis moet opnieuw worden opgebouwd. Discussies die eerder al zijn gevoerd, komen terug. En de directeur blijft achter de feiten aanlopen in plaats van vooruit te kijken.
De Onderwijsinspectie signaleert dit patroon inmiddels breder dan alleen bij digitale geletterdheid of burgerschap. In de Staat van het Onderwijs waarschuwt de inspectie dat de innovatiedrift van Nederlandse scholen weliswaar internationaal opvalt, maar dat versnippering en een gebrek aan evaluatie daar de schaduwkant van vormen. Veel beweging, geen scherp beeld van wat het oplevert.
Wat grip dan wél betekent
Het tegenovergestelde van versnippering is niet meer plannen of meer controle.
Grip betekent voor mij drie dingen.
1) Weten waar je als school naartoe wilt.
2) Kunnen bepalen wat daaraan bijdraagt en wat vooral afleiding is.
3) En een organisatie hebben die vervolgens ook echt naar die keuzes kan handelen, ook als de collega die het bedacht heeft er een keer niet is.
Dat is wat ik met digitale fitheid bedoel wanneer ik het over een team heb: leraren die niet alleen een tool kunnen bedienen, maar samen weten waarom ze iets wel of juist niet doen. Alleen een team dat zo werkt, kan leerlingen echt digitaal geletterd de deur uit laten gaan. Dat lukt niet met een training. Dat is een vorm van professionalisering en dat kost per definitie meer tijd dan een middag.
Terug naar de directeur
Goed nieuws: dit vraagt dus niet dat je als directeur alles zelf weet.
Je hoeft geen AI-expert te worden, niet elke pilot zelf te beoordelen en niet op de hoogte te zijn van iedere nieuwe toepassing die voorbijkomt. Dat is ook helemaal niet vol te houden naast de rest van je werk.
Wat wel bij jou hoort te liggen, is de organisatie eromheen. Wie beoordeelt of een ontwikkeling bij jullie onderwijs past? Waarop baseren jullie dat? En wat gebeurt er met die uitkomst zodra de collega die het oppakte iets anders gaat doen?
Digitaal leiderschap is dus niet hetzelfde als technologische kennis. Het is zorgen dat die vragen een vast antwoord hebben, in plaats van dat ze bij iedere nieuwe ontwikkeling opnieuw beantwoord moeten worden.
Drie vragen om mee te beginnen
Voordat je nadenkt over een oplossing, is het eerlijker om eerst te kijken hoe het er bij jullie voor staat.
Weten jullie als school waar je digitaal naartoe wilt?
Kunnen jullie uitleggen waarom je bepaalde ontwikkelingen wel oppakt en andere bewust niet?
En zou jullie digitale ontwikkeling gewoon doorgaan als de collega die het nu trekt volgende maand een andere baan aanneemt?
Als het antwoord op een van die vragen ongemakkelijk voelt, heb je heus niet gefaald. Want het is precies het punt waarop de meeste scholen nu staan. Veel digitale activiteit is namelijk nog geen grip. In het volgende artikel ga ik in op wat een school dan wél moet kunnen om dat verschil te maken.
Deze vragen voor jouw school verkennen?
Ik denk graag een keer met je mee. Neem contact met me op, dan kijken we samen waar jullie nu staan en waar de belangrijkste vragen liggen.
Bronnen & verder lezen
- Kennisnet: Nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid. De kerndoelen worden per 1 augustus 2027 wettelijk van kracht, met volledig inspectietoezicht vanaf 2031. Lees meer bij Kennisnet
- NOS: Burgerschapsonderwijs schiet op veel scholen tekort, ziet inspectie (2025). Meer dan de helft van de onderzochte scholen kreeg een herstelopdracht, ondanks een wettelijke opdracht sinds 2021. Lees het artikel bij de NOS
- AI Act EU: AI Act voor onderwijs. Onderwijs is aangemerkt als sector met verhoogd risico; de verplichting tot aantoonbare AI-geletterdheid loopt al sinds februari 2025. Lees meer bij AI Act EU
- Passionned: De schaduwkant van onderwijsinnovatie. Over de waarschuwing van de Onderwijsinspectie voor versnippering en gebrek aan evaluatie bij de innovatiedrift van Nederlandse scholen. Lees de analyse bij Passionned